Exclusief toegankelijk Registreer voor onbeperkte toegang tot ORnet.nl Lees meer

Artikel

Uitbreiding WOR: OR heeft recht op informatie over beloningen

0 3630 Medewerkers

Op 25 april 2006 heeft de Eerste Kamer een belangrijke uitbreiding van het informatierecht van de OR aangenomen, de wet Harrewijn. In het nieuwe artikel 31d staan afspraken over het informeren van de OR over de beloning van alle personeelsgroepen binnen de organisatie. 

Dit betekent dat ongeveer 6800 arbeidsorganisaties elk jaar verplicht zijn om de OR informatie te geven over de gezamenlijke beloning van directieleden en commissarissen.


Directie moet uitleg geven
De directie moet schriftelijke informatie geven over de beloning en arbeidsvoorwaarden van alle 'verschillende groepen' medewerkers. Vervolgens moet de directie elk jaar aangeven met welk percentage de arbeidsvoorwaarden van bestuurders plus commissarissen en medewerkers zijn gestegen. Het was een initiatiefwetsvoorstel van de Kamerleden Kees Vendrik (GroenLinks) en Gerda Verburg (CDA). Alleen de leden van de VVD stemden tegen. Feitelijk betreft het een uitbreiding van artikel 31 WOR, met twee extra bepalingen (zie onder). Onder de circa 6800 arbeidsorganisaties vallen ook de overheid en non-profit, dat is ongeveer eenderde deel. Uitgezonderd zijn organisaties met minder dan honderd medewerkers, familiebedrijven en grootaandeelhouders. Bedoeling van de wetswijziging - formeel benoemd als Wet Harrewijn - is dat er binnen ondernemingen vanaf honderd werknemers meer transparantie komt over de beloning van de ondernemingstop. Ook moet de wet bevorderen dat er tussen directie en OR 'een dialoog' tot stand komt over de beloningsverhoudingen. Als de OR te horen krijgt dat de lonen van de medewerkers met 2,5 procent zijn gestegen, en de gezamenlijk beloning van directie en commissarissen arbeidsvoorwaarden met twaalf procent, zal de directie dat aan de OR moeten uitleggen. Dit dient volgens de wet te gebeuren bij 'de bespreking van de algemene gang van zaken van de onderneming', zeg maar de artikel 24-vergadering.
 
'Vrijwel tandeloos'
 
PvdA-senator Frans Leijnse betwijfelt of de wetswijziging gevolgen zal hebben voor de beloning aan de top. Het oorspronkelijke wetsvoorstel van Harrewijn stelde namelijk dat de informatieplicht zich ook richtte op de individuele beloning van de topbestuurders en commissarissen. Onder druk van mede-indiener Gerda Verburg (CDA) is dit teruggebracht naar 'de groep'. Hierdoor zal de OR volgens Leijnse 'slechts in zeer uitzonderlijke gevallen bruikbare informatie krijgen over de beloning van bestuurders en toezichthouders'. Hij noemt de wetswijziging voor deze kwestie 'vrijwel tandeloos'. Met deze uitbreiding krijgt de OR wel meer zicht op de interne beloningstructuur. Een OR die vandaag de dag kritische vragen stelde over de verschillen in de beloning van medewerkers, werd vaak met lege handen naar huis gestuurd. Nu is de onderneming verplicht de OR daar elk jaar helder over te informeren. De ondernemer is volgens mr. Frans Vink (auteur van Inzicht) overigens vrij om te bepalen wat hij onder 'een groep medewerkers' verstaat. 'Dat kan van alles zijn. Het hoeft niet per beroepsgroep. Het kan ook gebaseerd zijn op de verschillende niveaus in het functiewaarderingssysteem. Maar een OR kan natuurlijk protesteren als hij vindt dat de OR door de gekozen groepsindeling nog steeds niet voldoende informatie krijgt over de beloningsstructuur.' Ook Vink kan niet echt enthousiast worden over de reikwijdte van deze aanvulling: 'Ach, het is een aardige binnenkomer.'
 

VOLLEDIGE TEKST UITBREIDING WOR:
 

ARTIKEL I
 
De Wet op de ondernemingsraden wordt als volgt gewijzigd:
 
Na artikel 31c wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
 
Artikel 31d
 
1. De ondernemer verstrekt, mede ten behoeve van de bespreking van de algemene gang van zaken van de onderneming, ten minste eenmaal per jaar aan de ondernemingsraad schriftelijk informatie over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per verschillende groep van de in de onderneming werkzame personen.
 
2. De ondernemer verstrekt daarbij tevens schriftelijke informatie over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het bestuur dat de rechtspersoon vertegenwoordigt en het totaal van de vergoedingen, dat wordt verstrekt aan het toezichthoudend orgaan, bedoeld in artikel 24, tweede lid.
 
3. Ten aanzien van het eerste en tweede lid wordt inzichtelijk gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich verhouden tot elkaar en tot die van het voorgaande jaar.
 
4. Indien een groep, als bedoeld in het eerste lid, het bestuur of het toezichthoudend orgaan, bedoeld in het tweede lid, uit minder dan vijf personen bestaat, is het mogelijk om voor de toepassing van deze leden twee of meer functies samen te voegen, zodat een groep van ten minste vijf personen ontstaat.
 
5. De ondernemer is verplicht de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk in kennis te stellen van belangrijke wijzigingen die in deze regelingen en afspraken worden aangebracht.
 
6. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op ondernemingen waarin in de regel ten minste 100 personen werkzaam zijn.
 
Artikel 31e
 
Artikel 31d is niet van toepassing op:
 
a. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarvan een van de bestuurders of commissarissen een natuurlijk persoon is die een direct of indirect belang heeft in de rechtspersoon overeenkomstig artikel 4.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of
 
b. de rechtspersoon waarop de artikelen 396 of 397 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn.
 

ARTIKEL II
 
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
 

ARTIKEL III
 
Deze wet wordt aangehaald als: Wet Harrewijn.
 
 

 Meer over beloningen en bonussen (top) bestuurders:

door Redactie ORnet laatste update:11 mrt 2009

reageer

Of registreer je om te kunnen reageren.