Exclusief toegankelijk Registreer voor onbeperkte toegang tot ORnet.nl Lees meer

Artikel

Relatie OR en vakbond: Contactarme partners

0 2959 OR-organisatie

Het tijdschrift Praktijkblad Ondernemingsraad hield een paar jaar geleden een enquête naar het contact tussen ondernemingsraden en vakbondsbestuurders. Het blijkt dat er met de meeste ondernemingsraden geen of weinig contact is. En als er contact is, gaat dat meestal over reorganisaties en sociaal plannen.
Relatie OR en vakbond: Contactarme partners
Foto: 123 RF
Vakbond en ondernemingsraad zijn partners, zo heet het steeds vaker. Maar wat houdt dat partnerschap in? Deze vraag stelden de tijdschriften Praktijkblad Ondernemingsraad en Zeggenschap zich in 2004. Daartoe hielden zij een dubbelenquête. Praktijkblad Ondernemingsraad heeft OR-leden gevraagd naar hun contacten met de vakbondsbestuurder. Zeggenschap heeft
onderzocht hoe de ervaringen van hen met de ondernemingsraad zijn. Maar liefst 1078 OR-leden en 83 vakbondsbestuurders vulden het enquêteformulier in.
Zeer sporadisch contact
Uit het onderzoek komt naar voren dat vakbond en ondernemingsraad misschien wel partners zijn, maar dan wel behoorlijk contactgestoord. De meeste ondernemingsraden hebben nooit of slechts sporadisch contact met de vakbondsbestuurder, en ruim driekwart van de vakbondsbestuurders besteedt hun tijd aan niet meer dan de helft van de ondernemingsraden, die zij in hun werkpakket hebben. Het karige contact is opvallend, omdat uit deze enquête naar voren komt dat vakbondsleden nog altijd zwaar vertegenwoordigd zijn in ondernemingsraden. Waar het percentage vakbondsleden bij 8% van de bedrijven meer dan de helft is, geldt dat bij ondernemingsraden voor 43%. Het overgrote deel (31%) zegt zelfs dat de organisatiegraad in de OR boven de 65% ligt.
Organisatiegraad ondernemingsraad van belang bij contact vakbond
Van de OR'en met een organisatiegraad lager dan 10%, heeft 60% nooit contact met een vakbondsbestuurder. En is de organisatiegraad in de OR meer dan 65%, dan heeft maar 13% nooit contact. Ook als er wel contact is, komt dat verschil naar voren. OR'en met een hoge organisatiegraad scoren met name op 3 tot 5 contacten per jaar bovengemiddeld (33% tegenover 24% gemiddeld), terwijl OR'en met een lage organisatiegraad daar maar de helft van het gemiddelde scoren: 12%.

Ook is de grootte van het bedrijf van invloed op het aantal contacten. Hoe meer werknemers, hoe vaker er contact is met een vakbondsbestuurder. Kijken we bijvoorbeeld naar de groep die 6-11 keer per jaar contact heeft met de bestuurder, dan bestaat die voor 35% uit 1000+ bedrijven en voor 24% uit organisaties met 100-250 medewerkers. De eerste groep scoort daarmee bovengemiddeld, en de tweede ondergemiddeld.
Grote bedrijven hebben meer contact
Verder zien we dat bedrijven met een ondernemings-CAO vaker contact hebben met de vakbondsbestuurder. Heeft van alle bedrijven maar 4% vaker dan 12 keer per jaar contact, bij bedrijven met een ondernemings-CAO ligt dat percentage op 20. En heeft in totaal 29% nooit contact, voor organisaties met een ondernemings-CAO geldt dat in slechts 14% van de gevallen. Tot slot valt op dat er alleen voor de allergrootste (meer dan 1000) en allerkleinste (minder dan 100) bedrijven een verband bestaat tussen hun grootte en het al dan niet aanwezig zijn van een ondernemings-CAO. De grootsten zijn oververtegenwoordigd (33% ten opzichte van 24% in de hele enquête) en de kleinsten ondervertegenwoordigd (11% ten opzichte van 17%). Bij organisaties met meer dan 100 en minder dan 1000 werknemers heeft de grootte geen enkel effect op het soort CAO. Kortom, grote bedrijven met een ondernemings-CAO en veel vakbondsleden in de OR hebben het meest contact met de vakbondsbestuurder.
Weinig contact over CAO’s
Opvallend is het geringe contact over de CAO. Nog geen derde wordt betrokken bij het vooroverleg, en slechts 16% krijgt het resultaat voorgelegd. En zelfs hulp of advies bij de invulling van CAO-afspraken komt maar in 23% van de gevallen voor, terwijl dit toch juist een onderwerp is waar bonds- en OR-werk elkaar overlappen. Sterker nog, de decentralisering van arbeidsvoorwaarden wordt vaak genoemd als belangrijkste reden voor het partnerschap van beide organen. Vakbonden maken globale afspraken in raam-CAO's, die ondernemingsraden invullen op bedrijfsniveau. Het kan natuurlijk zijn dat ondernemingsraden helemaal geen advies en begeleiding nodig hebben. Maar dat blijkt niet het geval. Twee derde van de ondernemingsraden die contact heeft met de vakbondsbestuurder, zegt dat contact nodig te hebben om het OR-werk goed te kunnen doen. Daarvan noemt 58% invulling van CAO-afspraken als onderwerp waarvoor dat geldt. En ook vakbondsbestuurders zeggen in de enquête in Zeggenschap in grote meerderheid (68%) dit een belangrijk onderwerp te vinden in hun contact met OR'en. Beleving en werkelijkheid lopen hier dus ver uiteen.
Vooral contact over reorganisaties en sociaal plannen
Het blijkt dat de contacten vooral gaan over advies- en instemmingsplichtige onderwerpen. Gezien het grote aantal respondenten dat hier zelf reorganisaties en sociaal plannen heeft ingevuld, lijken dit de onderwerpen waar het meest contact over is. OR'en geven ook aan dat de steun van de bond hier het belangrijkst is. Ook noemt 89% van de vakbondsbestuurders reorganisaties en sociaal plannen als belangrijkste onderwerpen om contact te hebben. Op typische OR-onderwerpen, zoals arbobeleid en relatie met het management, en typische vakbondsonderwerpen, zoals acties/stakingen en belangenbehartiging, hebben beide organen elkaar minder nodig.
OR vrij tevreden over vakbondsbestuurder
Over het algemeen zijn de ondernemingsraden tevreden over hun vakbondsbestuurder, zoals uit tabel 11 blijkt. Als ze hem nodig hebben, staat hij klaar. Dit komt overeen met wat de vakbondsbestuurders zelf vinden (tabel 12). Toch blijkt in ongeveer één op de tien gevallen dat de ene partij denkt dat er bij de ander geen behoefte is aan contact: waar 13% van de OR'en denkt dat de bondsbestuurder geen interesse in de OR heeft, zegt 10% van de bestuurders dat de OR geen behoefte aan contact heeft.
Naarmate het bedrijf groter is, is er vaker informeel contact, zo blijkt. Van de respondenten die zeggen informeel te overleggen, behoort 37% tot een organisatie met meer dan 1000 werknemers. Maar het is niet zo dat vermeende desinteresse van vakbondsbestuurders alleen voor kleine bedrijven geldt: 26% van de respondenten behoort tot een 1000+-organisatie.

door Redactie ORnet laatste update:28 jun 2013

Gerelateerde tags

reageer

Of registreer je om te kunnen reageren.