Exclusief toegankelijk Registreer voor onbeperkte toegang tot ORnet.nl Lees meer

Artikel

Informatievoorziening op punt van personele gevolgen voldoende

0 3421 Wet- en regelgeving

Een ondernemingsraad komt te laat met bezwaar tegen het ontbreken van informatie over personele gevolgen bij nieuwe huisvesting.

De feiten
Bij de provincie Groningen (hierna te noemen: de provincie) wordt al enige jaren gesproken over een andere wijze van huisvesting vanwege een te geringe bezettingsgraad van de beschikbare ruimte. De OR adviseert negatief over het door de provincie voorgelegde nieuwe huisvestingsplan. De bestuurder ziet geen aanleiding af te zien van verdere voortzetting van het huisvestingsproject.
De OR voert aan dat de adviesaanvraag niet de personele gevolgen als genoemd in artikel 25 lid 3 WOR bespreekt. Tevens stelt de OR dat het besluit niet genomen had kunnen worden omdat niet wordt voldaan aan de randvoorwaarden die de provincie zelf heeft gesteld.  De OR stelt dat de provincie in redelijkheid niet tot dit besluit had kunnen komen en vordert daarnaast de intrekking van het besluit, een verbod om uitvoering te geven aan het besluit en de ongedaanmaking van reeds ingezette uitvoering.
 
De Ondernemingskamer
De Ondernemingskamer concludeert dat de OR in zijn advies niet heeft aangegeven dat de bespreking van de personele gevolgen ontbreekt. Het betoog van de OR over het onbesproken laten van de personele gevolgen in de adviesaanvraag treft dan ook geen doel meer. Bovendien heeft de provincie met twee stukken aannemelijk gemaakt dat de invoering van het huisvestingsproject geen of slechts  minimale gevolgen met zich mee zal brengen voor het personeel. De Ondernemingskamer acht de informatie-voorziening van de provincie aan de OR op het punt van de personele gevolgen dan ook voldoende en in overeenstemming met artikel 25 lid 3 WOR.    

Daarnaast oordeelt de Ondernemingskamer dat de stelling van de OR dat niet wordt voldaan aan de in de bestuurlijke opdracht genoemde randvoorwaarden, onjuist is. Deze randvoorwaarden zijn door de provincie gesteld in een opdracht aan haar managementteam. Het staat de provincie vrij te menen dat een besluit genomen dient te worden. Ook in het geval niet aan de door haarzelf gestelde randvoorwaarden is voldaan.
Het verzoek van de OR te bepalen dat de provincie niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen, wordt dan ook  afgewezen. 
 
Het Commentaar
Op grond van artikel 25 lid 3 WOR moet de bestuurder in zijn adviesaanvraag aangeven wat de motieven van het besluit zijn, wat de te verwachten gevolgen van het besluit voor het personeel zijn en wat de maatregelen zijn die de ondernemer in verband met die gevolgen wil nemen. De Ondernemingskamer concludeert in deze zaak dat de provincie in twee stukken in is gegaan op dit aspect en dat dit voldoende is. Hierbij let de Ondernemingskamer ook op het stadium waarin  het bewuste project zich bevindt. Klaarblijkelijk is sprake van een dusdanig vergevorderd stadium dat het bespreken van de personele gevolgen voldoet aan de maatstaf van artikel 25 lid 3 WOR over informatievoorziening.

Door: Mr. Jan Hermes en mr. drs. P.M.T. Konings

door Redactie ORnet laatste update:13 mrt 2009

reageer

Of registreer je om te kunnen reageren.