Een OR-voorzitter wordt ontslagen vanwege disfunctioneren. Hij is van mening dat zijn ontslag moet worden geweigerd, omdat hij lid is van de ondernemingsraad en er dus een opzegverbod geldt. Volgens de OR-voorzitter heeft zijn ontslag te maken met zijn OR-lidmaatschap.
De situatie
Een chauffeur is sinds 2002 in dienst van een transportbedrijf. In 2010 wordt lid van de ondernemingsraad en later dat jaar voorzitter van de OR. In oktober 2010 krijgt hij een brief van zijn werkgever waarin zijn functioneren aan de kaak wordt gesteld. Zo zou de chauffeur niet goed omgaan met de verantwoording van pauzes, de manier van pauzeren en met de indeling van routes. De brief verwijst ook naar eerdere brieven over disfunctioneren. Later dat jaar wordt de chauffeur op non-actief gesteld en dient de werkgever een verzoek in tot ontbinden van de arbeidsovereenkomst. Hij wil de chauffeur bij vertrek geen ontslagvergoeding meegeven.
Het verweer
De OR-voorzitter is van mening dat de ontbinding moet worden geweigerd, omdat hij lid is van de ondernemingsraad en er dus een opzegverbod geldt. Hij denkt dat de echte reden voor het verzoek zijn lidmaatschap van de ondernemingsraad is. Hij betwist dat hij niet goed functioneerde.
Oordeel
De rechter stelt dat er inderdaad sprake is van een opzegverbod. Maar omdat het verzoek tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst niets te maken heeft met het OR-lidmaatschap, ziet de rechter geen reden om het verzoek tot ontbinding niet toe te wijzen. Toch vindt de rechter dat de OR-voorzitter niet ontslagen mag worden. Volgens de rechter ging het om incidentele fouten en dat kan geen reden zijn tot ontslag.
Bron: P&Oactueel, mr. Ingrid Kooijman
door
Redactie ORnet
24 feb 2012