Exclusief toegankelijk Registreer voor onbeperkte toegang tot ORnet.nl Lees meer

Artikel

Ploegendienst aangevochten

1 2637 Wet- en regelgeving

De kantonrechter doet geen uitspraken over het instemmingsrecht van de ondernemingsraad en wijst een voorlopige voorziening van de hand vanwege onvoldoende motivatie.
Ploegendienst aangevochten

Feiten
Om de productiecapaciteit te vergroten heeft een bedrijf besloten tot de inzet van een tweeploegendienst op een van de afdelingen. Dit besluit heeft het bedrijf vervolgens aan de ondernemingsraad bekendgemaakt. De ondernemingsraad vordert in kort geding dat de kantonrechter het bedrijf een verbod oplegt de tweeploegendienst te handhaven, omdat hij hiervoor geen instemming heeft gegeven volgens artikel 27, lid 1, WOR. De zaak is door de ondernemingsraad ook aanhangig gemaakt bij de bedrijfscommissie, waar de behandeling echter nog lang op zich laat wachten. Omdat na deze bemiddeling pas een procedure bij de kantonrechter kan worden gestart, probeert de ondernemingsraad met een kort geding de voortzetting van het besluit onmiddellijk stop te zetten. Het bedrijf betwist dat sprake zou zijn van instemmingsrecht en voert aan dat de ondernemingsraad de beroepstermijn heeft laten verstrijken. Daarnaast stelt het bedrijf dat er geen reden zou zijn om de uitkomst van de procedure bij de bedrijfscommissie niet af te wachten.

Voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter geeft aan dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen als de verwachting is dat in een eventuele bodemprocedure een soortgelijke vordering van de ondernemingsraad tot een toewijzing leidt. Volgens de rechter motiveert de ondernemingsraad niet waarom de procedure bij de bedrijfscommissie niet kan worden afgewacht. Dit zou anders kunnen zijn als de ondernemingsraad voldoende redenen zou noemen om dit niet te doen, maar dit is nu onvoldoende gebeurd. Tot slot geeft de voorzieningenrechter aan dat de ondernemingsraad vraagt om een voorlopige voorziening zodat de kantonrechter een uitspraak kan doen over het instemmings- en adviesrecht van de ondernemingsraad. Hiermee lijkt de ondernemingsraad van de onjuiste gedachte uit te gaan dat de kantonrechter een declaratoire uitspraak (over de verhouding tussen twee rechtspartijen) doet over de genoemde rechten.

Commentaar
Om een voorlopige voorziening waardoor een besluit van de ondernemer kan worden geschorst, kan alleen worden gevraagd als de vordering in de bodemprocedure lijkt te worden toegewezen. Daarnaast moet er sprake zijn van een spoedeisend belang om een kort geding op te starten.
 

door Redactie ORnet laatste update:18 apr 2013

Eén reactie

  • # 1

    Michiel

    Een beetje jurist had deze uitspraak kunnen zien aankomen...

reageer

Of registreer je om te kunnen reageren.