Aanvullende maatregelen verhoging AOW-leeftijd

Tekst verkleinenTekst vergroten
Tekstgrootte:
2 reacties
06 jan 2010
Minister Donner en staatssecretaris Klijnsma van SZW hebben woensdag voorontwerpen van wet voor de flankerende maatregelen bij de verhoging van de AOW-leeftijd naar de Tweede Kamer gestuurd.
Aanvullende maatregelen verhoging AOW-leeftijd

Deze maatregelen zijn er op gericht dat mensen bij verhoging van de AOW-leeftijd ook langer door kúnnen werken en niet voortijdig verslijten. Ook hebben werknemers én zelfstandigen na een lang arbeidsverleden de keuze toch op 65 te stoppen met een lagere AOW-uitkering. Verder biedt het kabinet een overbrugging aan mensen die op late leeftijd onverhoopt werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken en in de bijstand dreigen te komen. Zij hoeven dan niet vlak voor hun pensioen hun opgebouwde vermogen aan te spreken.

De voorontwerpen zijn op verzoek naar de Tweede Kamer gestuurd; zij zullen in een later stadium voor advies naar de Raad van State gaan en daarna pas als wetsvoorstel definitief worden ingediend bij het parlement. De Tweede Kamer kan nu wel alvast de voorgenomen aanvullende maatregelen betrekken bij de behandeling van het wetsvoorstel dat de verhoging van de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar zelf regelt. Dat voorstel is 2 december 2009 ingediend bij de Tweede Kamer.

Duurzame inzetbaarheid en zware beroepen
Het voorontwerp van wet voor duurzame inzetbaarheid regelt onder meer via de Arbowet dat werkgevers én werknemers de wettelijke plicht krijgen om te zorgen voor duurzame inzetbaarheid van werknemers; die moeten op een gezonde manier kunnen blijven werken tot hun 67e. Dat kan door de gezondheid van werknemers goed te volgen, te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden en tijdige om- en bijscholing. Vooral mensen met een zwaar beroep kunnen zo op tijd ander werk gaan doen. Het Arbobesluit krijgt een ‘agendabepaling’ die nader uitwerkt waar werkgevers en werknemers precies aandacht aan moeten besteden. 
Werknemers die dertig jaar een zwaar beroep uitoefenen, moeten van hun werkgevers een aanbod krijgen voor minder belastend werk. Doet de werkgever dat niet dan moet hij mogelijk maken dat de werknemer toch op zijn 65e kan stoppen door hem financieel te compenseren met 140 procent van het jaarsalaris. Zware beroepen zijn beroepen die – als je ze langer dan 30 jaar uitvoert - leiden tot (ernstige) fysieke slijtage die niet meer is terug te draaien.

Werkgevers- en werknemersorganisatie in een sector kunnen beroepen voordragen als een zwaar beroep; uiteindelijk besluit de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op basis van wettelijke criteria of een beroep als zwaar wordt aangemerkt. Sociale partners mogen alleen beroepen voordragen die voldoen aan objectieve criteria. Het moet gaan om een sector waarin werknemers aanmerkelijker vaker en al jarenlang bovengemiddeld arbeidsongeschikt raken. Daarnaast moet uit de jaarlijkse arbeidsomstandighedenenquête onder werknemers blijken dat het beroep wat risico’s en gevolgen voor de gezondheid betreft, inderdaad tot de zwaarste categorie behoort.

Het aanmelden van een zwaar beroep is niet vrijblijvend maar kent daarnaast verplichtingen. Werkgevers en werknemers in die sector moeten tegelijkertijd een gezamenlijk actieplan inleveren hoe zij werk in dat beroep lichter willen maken, hoe ze arbeidsongeschiktheid willen verminderen en de duurzame inzetbaarheid van werknemers in dat beroep willen verbeteren. Ook komt in de wet een artikel waarin staat dat werkgevers voor beroepen met een uitzonderlijke zware psycho-sociale belasting, moeten komen met een actieprogramma om te voorkomen dat werknemers voortijdig opgebrand raken.


Eerder AOW-uitkering na lang en substantieel werken
Een tweede voorontwerp van wet regelt via de Algemene Ouderdomswet (AOW) dat werkenden èn zelfstandigen die 42 jaar substantieel (1225 uur per jaar) hebben gewerkt op hun 65e kunnen stoppen. Aanvankelijk zou die mogelijkheid alleen voor werknemers zijn.

Mensen die hiervan gebruikmaken krijgen wel een navenant lagere AOW-uitkering. De minister van SZW bepaalt periodiek de hoogte van de korting op de AOW-uitkering en houdt daarbij ook rekening met de kortingspercentages die pensioenfondsen hanteren. Op dit moment is de verwachting dat de korting, bij het laten ingaan van de AOW op 65 13,4 procent bedraagt. Dat is ongeveer de helft als mensen op 66 stoppen.

Voorwaarde voor het eerder stoppen is wel dat mensen zelf voldoende inkomen hebben. Voor mensen die lang en veel hebben gewerkt zal het aanvullend pensioen (naast de AOW) over het algemeen toereikend zijn.

Er komt een nieuwe inkomensafhankelijke arbeidskorting om te zorgen dat ook mensen met een laag inkomen die lang gewerkt hebben ook op hun 65e kunnen stoppen. Het belastingvoordeel van ten minste een maximum van €400 geldt voor oudere werknemers van 62, 63 of 64 jaar die hooguit 150 procent van het minimumloon verdienen. Deze korting bevordert daarnaast ook de arbeidsparticipatie.

Overbruggingsuitkering mensen in een uitkering
Het derde voorontwerp van wet biedt een vangnet voor mensen bij wie de WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering na hun 65e afloopt en die in de bijstand dreigen te komen. Deze speciale overbruggingsuitkering naar de AOW komt op ongeveer AOW-niveau te liggen. Mensen die hiervan gebruikmaken hoeven dan niet vlak voor hun pensioen hun opgebouwde vermogen aan te spreken, wanneer ze in de bijstand komen. Ook staat de uitkering los van inkomen of vermogen van de partner.

Financiële consequenties
Het kabinet heeft eerder aangegeven dat de AOW-maatregel op lange termijn ongeveer 0,7 procent van bruto binnenlands product (bbp) opbrengen met name vanwege lagere AOW-uitgaven en hogere belastingopbrengsten omdat mensen langer doorwerken. De aanvullende maatregelen kosten geld maar leveren ook geld op. Zo hebben de extra mogelijkheden voor mensen die lang of in een zwaar beroep hebben gewerkt om op hun 65e te stoppen een negatief effect. De maatregelen om langer door werken mogelijk én financieel aantrekkelijk te maken leveren daarentegen weer geld op. Per saldo hebben de aanvullende maatregelen naar verwachting geen noemenswaardig negatief of positief effect op de financiële opbrengst. Het Centraal Planbureau rekent dit op verzoek van de bewindslieden nog na.

Bron: Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

2 Reacties

Het derde voorontwerp van wet biedt een vangnet voor mensen bij wie de WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering na hun 65e afloopt en die in de bijstand dreigen te komen
Het is toch vóór ipv na?
Henk Vinke @ 12-01-2010 11:49 uur
Deze maatregelen zijn er op gericht dat mensen bij verhoging van de AOW-leeftijd ook langer door kúnnen werken en niet voortijdig verslijten.

Zijn dit echt bewogen woorden om een ieder in bescherming te nemen.
Zie hieronder ,gezondheid is een middel van bestaan geworden maar is kwetsbaar , fragiel . Ouderdom en gezondheid is handel geworden. Helaas niet te koop.

Registratie van beroepsziekten
De Nationale Registratie is gebaseerd op de meldingen van beroepsziekten die arbodiensten en bedrijfsartsen krachtens de Arbowet verplicht zijn door te geven aan het NCvB. De arbodiensten melden 8.087 gevallen van beroepsziekten, waarvan er 6.952 voldeden aan de meldingscriteria. Het restant had een onduidelijke of zelfs geen diagnose. 66 procent van de meldingen kwam uit de bouwnijverheid.

Het beweegapparaat
De top drie van klachten aan het beweegapparaat worden gevormd door:

1. Chronische aspecifieke lage rugpijn (531)
2. RSI van de schouder of bovenarm (434)
3. Tenniselleboog (259)

Het aantal meldingen van rugpijn in zijn algemeenheid (1.144 procent) kent een toename van 38 procent ten opzicht van 2007 en maar liefst 95 procent in relatie tot 2006. De klachten aan de onderste ledematen kenden een stijging van 50 procent ten opzichte van het jaar ervoor.

Explosie in klachten of in registratie?
Een enorme toename in rugpijn geeft te denken, maar er is geen reden om aan te nemen dat de arbeidsomstandigheden zijn verslechterd. Het NCvB wijt het eerder aan de volgende factoren:

- invoering van de registratierichtlijnen voor aspecifieke lage rugklachten, artrose van de knie en heup, meniscusletsel, patellafemuraal pijnsyndroom en ‘jumper’s knee’
- informatie uit de artikelen in het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde over deze werkgerelateerde aandoeningen
- de toename van de meldingen uit de bouwsector door de geprotocolleerde wijze van registratie via Arbouw

Er is dus waarschijnlijk geen explosie in klachten, maar een explosie in melden als gevolg van aanvullende registratiemogelijkheden. In 2005 werd bijvoorbeeld de richtlijn aspecifieke lage rugpijn geïntroduceerd wat leidde tot een enorme toename in 2006 en 2007. Dat betekent niet dat we er geen aandacht aan hoeven te besteden, want klachten aan het beweegapparaat zijn al jaren dominant. Ook weten we dat een een deel ervan opgelost kan worden door vitaal gedrag. Het aantal RSI meldingen is van 3.000 meldingen in het jaar 2000 gedaald naar ongeveer 1.000 per jaar in de afgelopen drie jaar. RSI is dus zeker geen modeverschijnsel, maar een klacht die zonder enige belangstelling, nog steeds structureel leidt tot langdurig ziekteverzuim van gemiddeld 29 dagen per jaar. Klachten aan het beweegapparaat komen het meeste voor in de bouw en bij administratieve medewerkers.
Uitholling van onze beschaving @ 12-01-2010 17:16 uur

Reageer op dit artikel

Naam :
E-mailadres :
Reactie
 
Onthoud mij
 

Verder in Arbeidsvoorwaarden

U wilt toch ook op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen binnen de medezeggenschap? Met de nieuwsbrief van ORnet krijgt u wekelijks het laatste nieuws, jurisprudentie en praktische tips en checklists gratis in uw mailbox. Meld u aan voor de nieuwsbrief »