In de nieuwe Arbeidstijdenwet van 1 april staan minder regels voor het maximale aantal uren dat iemand mag werken. De aparte regels voor overwerk worden afgeschaft. Afspraken over pauzes worden een zaak tussen werkgevers en medewerkers. De regel dat een pauze verplicht is bij diensten van 5,5 uur of meer blijft bestaan. Het huidige systeem van een strengere standaardregeling en een overlegregeling met ruimere normen wordt geschrapt. De enige normen waarover nog met vakbond, OR of PVT gesproken kan worden is het aantal nachtdiensten en het aantal zondagen waarop gewerkt mag worden. Dat aantal mag na zo’n afspraak worden uitgebreid. In feite geldt voor alle normen dat ze worden verruimd.
Volgens de regering is deze wijziging nodig om het aantal regels terug te dringen en om beter met het buitenland te concurreren. Het is de vraag of dat een goed motief is. Het is merkwaardig dat in de landen die het sinds de industriële revolutie (ongeveer vanaf 1780) goed deden, er juist korter gewerkt werd dan in andere landen. De kortere werkdag en werkweek stimuleerde ondernemers om te investeren in slimmer en dus productiever werken. Blijkbaar gaat deze stimulans volgens de regering niet meer op en is het de bedoeling om met de arbeidstijden aan te sluiten bij landen die economisch slechter presteren.
Rond 1870 lag de gemiddelde wekelijkse werktijd in Nederland op 60 tot 70 uur. In zes dagen werd er vaak 10 uur of meer per dag gewerkt. In de nieuwe wet wordt dit weer mogelijk: werkweken van 60 uur en werkdagen tot 12 uur, met of zonder overwerk. Hierdoor krijgen werkgevers en medewerkers volgens de regering meer mogelijkheden om arbeidstijden
Op sommige onderdelen kan de OR of de vakbond een rol spelen. Bijvoorbeeld als het aantal zondagen waarop gewerkt wordt (39 per 52 weken) nog niet voldoende is voor het bedrijf. Het is de vraag of bijvoorbeeld medewerkers van meubelbedrijven op woonboulevards blij
De nieuwe arbeidstijdenwet maakt geen onderscheid meer tussen gewone werktijd en overwerk. In de meeste CAO’s staat wel een definitie van overwerk. Meestal is dat: elk gewerkt uur buiten het vastgestelde dienstrooster. Voor deeltijdwerkers is overwerk meestal elk gewerkt uur buiten het vastgestelde dienstrooster voor fulltimers. Voor de vergoeding van overwerk maakt het niets uit dat overwerk niet meer in de ATW staat. Die vergoeding werd en wordt in de CAO geregeld. Alleen als hier niets over in de CAO staat kan de OR of de PVT de definities en vergoedingen afspreken.
In de nieuwe ATW staat een nieuwe definitie van nachtarbeid: een nachtdienst is een dienst waarin meer dan 1 uur gewerkt wordt tussen 00.00 en 06.00 uur. Tot 1 april is er sprake van een nachtdienst als u na 00.00 uur werkt of voor 06.00 uur begint, ongeacht hoe lang, al is het 1 minuut. Dit kan grote gevolgen hebben. Als u na 1 april om 05.00 uur begint met werken is het geen nachtdienst meer. Als de dienst om 04.45 uur begint is het wel een nachtdienst. Door deze regeling kunnen medewerkers veel meer in de “randen van de nacht” werken zonder dat de strenge regels van de ATW van toepassing zijn.
Afschaffen overlegregeling
In de oude ATW hadden OR en PVT een redelijke onderhandelingspositie. De strengere standaardnormen konden alleen verruimd worden in het bedrijf als de OR of PVT er mee akkoord ging. Dat overeenstemmingsrecht wordt in de nieuwe wet weer afgeschaft. Daar tegenover staat dat het instemmingsrecht gewoon blijft bestaan. In WOR artikel 27 lid 1b staat dat de OR en de PVT instemmingsrecht hebben op het vaststellen, wijzigen of intrekken van een werktijd- of vakantieregeling, tenzij dit inhoudelijk in de CAO is geregeld.
Bron: Koen Zonneveld, info@koenzonneveld.eu

Praktijkblad Ondernemingsraad is al decennialang het toonaangevende vakblad voor de OR. 
U wilt toch ook op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen binnen de medezeggenschap? Met de nieuwsbrief van ORnet krijgt u wekelijks het laatste nieuws, jurisprudentie en praktische tips en checklists gratis in uw mailbox.