De Sociale partners waren eind jaren negentig sceptisch over arboconvenanten. Inmiddels is het aantal arboconvenanten echter groter dan ooit werd gedacht. Staatssecretaris Hoogervorst zei destijds heel tevreden te zullen zijn met 20 convenanten. Het zijn er 69 geworden.
“Voor ons zijn er twee redenen geweest om een arboconvenant af te sluiten,” aldus Mari Garcia van Uneto-VNI, werkgeversorganisatie in de installatie- en isolatiebranche. “Naast het belang van mede-financiering van de overheid, groeide bij ons het besef dat je voor verbeteringen alle betrokken partijen nodig hebt. Hoe moeizaam het ook kan zijn in de onderhandelingen tussen sociale partners, samen werken aan oplossingen levert uiteindelijk meer op.”
Branches
“Een goed plan van aanpak ontwikkelen is een tijdrovend proces gebleken,” aldus Huub Pennock, ergonoom en arbo-adviseur bij FNV Bondgenoten, “Ook het ontwikkelen van instrumenten en producten kost tijd. In veel branches is de implementatie eigenlijk nog maar net op gang gekomen en nog lang niet afgelopen.” In elk arboconvenant is gezocht naar een eigen uitwerking van de doelstellingen. Dat heeft geleid tot een keur aan instrumenten, concrete producten, protocollen, cursussen, informatieve websites, het instellen van branche-eigen arbo-adviseurs of ergocoaches, en natuurlijk pilots om nieuwe werkwijzen rond veilig en gezond werken te ontwikkelen. Hier en daar werden bovendien in branches voorzieningen voor reïntegratie en verzuimbegeleiding opgezet.
In alle arboconvenanten was de uitdrukkelijke intentie neergelegd om OR-en als één van de partijen op bedrijfsniveau actief bij de trajecten te betrekken. Diverse evaluaties laten een wisselend beeld zien of dat over de hele linie ook gelukt is. In weinig sectoren zijn OR-en betrokken geweest bij de eerste fases van de convenanten, zoals het opstellen van het Plan van Aanpak. Dat is toch vooral een zaak van sociale partners en overheid geweest. Een flink aantal branches, waar convenanten werden afgesloten, kennen bovendien weinig OR-en. “Ik heb ten tijde van het formuleren van het convenant een kadergroepje opgezet om met mij mee te denken over de invulling,” zegt Mari Martens, FNV-onderhandelaar in de schoonmaaksector, “deze mensen zaten toevallig ook in de OR in hun bedrijf. Zo ontstond hier vanzelf samenhang tussen het arboconvenant en de weinige OR-en die hier in de branche zijn.”
Bij de uitvoeringsfase werden OR-en overal als belangrijke doelgroep benaderd. Voorlichtingsmateriaal werd mede op hen gericht, en in veel branches werden aparte bijeenkomsten voor OR-en opgezet. In sommige branches lijkt het er op dat er verbinding is ontstaan tussen het arbobeleid op bedrijfsniveau en wat er in het arboconvenant werd ontwikkeld. Dat geldt met name voor sectoren met veel grote bedrijven en veel professionele OR-en. In andere branches lijkt dit minder vaak het geval. Of er over het geheel vanuit de convenanten een impuls uit is gegaan naar OR-en om meer te doen met arbobeleid, is de vraag.
Resultaten
Tevredenheid is alom te horen over de scherpere inzichten en de ontwikkelde producten, die arboconvenanten hebben opgeleverd. Heel duidelijk is men ook tegen grenzen aangelopen. Met name omgevingsfactoren blijken moeilijk te beïnvloeden te zijn. “We weten nu meer over de stand van zaken in de bedrijfstak, en we hebben nuttige producten ontwikkeld. Praktische oplossingen, herkenbaar voor de bedrijfstak, die nu staan in ons oplossingenboek. Maar ook bijvoorbeeld kant-en-klaar materiaal over gezond en veilig werken, dat gebruikt kan worden tijdens werkoverleg,” aldus Mari Garcia.
Hoe nu verder?
Uiterlijk in 2007 zullen de laatste arboconvenanten worden afgesloten. Zorgen zijn er te horen over het verdere vervolg. “Wij zullen natuurlijk als branche overeind houden wat we in de steigers hebben gezet,” aldus Mári Garcia, “Het is de bedoeling dat in alle branches arbocatalogi worden ontwikkeld, die maatgevend worden in die branche.”
Huub Pennock: “Arbo moet echt verweven worden in de algehele bedrijfsvoering en het sociaal beleid. Het inkoopbeleid, de automatisering, het personeelsbeleid. Geen apart onderwerp meer, maar een integrale aanpak. Zo zouden ook OR-en moeten proberen in te steken. Als het ons lukt om die slag te maken de komende jaren, dan kun je ook aachterblijvers’ meekrijgen. De inzichten die de arboconvenanten ons hebben gegeven moeten we nu omzetten in het daadwerkelijk toepassen ervan. Het is te hopen dat de nieuwe wetgeving de beweging die op gang is gekomen echt verder ondersteunt.”
|
Het werk moet veiliger |
Bron: Brenda de Jong, Praktijkblad Ondernemingsraad

Praktijkblad Ondernemingsraad is al decennialang het toonaangevende vakblad voor de OR. 
U wilt toch ook op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen binnen de medezeggenschap? Met de nieuwsbrief van ORnet krijgt u wekelijks het laatste nieuws, jurisprudentie en praktische tips en checklists gratis in uw mailbox.