Omgaan met het initiatiefrecht

0

Het zogenaamde initiatiefrecht staat bij
veel OR’en in een slechte reuk. Jammer en ten onrechte. Want op de eerste
plaats maakt elke actieve OR er zonder het te weten veelvuldig gebruik van. En
op de tweede plaats is het, mits goed toegepast, een krachtig middel. Deze
bijdrage gaat over misverstanden en geeft praktische
toepassingstips.

 

 

Wat theorie vooraf. De wet maakt onderscheid tussen het doen van voorstellen tijdens en buiten de overlegvergadering. Het eerste wordt het mondeling initiatiefrecht genoemd. Het doen van voorstellen buiten het overleg is dan het schriftelijk initiatiefrecht.

 

Mondelinge initiatieven kun je bij bijna alle ondernemingsraden regelmatig aantreffen. Als een or beweert dat hij nooit van zijn initiatiefrecht gebruik maakt, zegt hij feitelijk dat de leden tijdens het overleg met de bestuurder nooit met ideeën, suggesties of alternatieve voorstellen komen. Dat is gelukkig zelden waar.


Gebruik van schriftelijk initatiefrecht
Met het gebruik van het schriftelijk initiatiefrecht is het wel somber gesteld. De wet stelt enkele regels over het omgaan met dat recht.

  • De raad moet zijn voorstel toegelicht schriftelijk indienen.
  • Het voorstel wordt in ten minste één overlegvergadering besproken.
  • Daarna deelt de bestuurder eveneens schriftelijk en gemotiveerd mee of en in welke mate hij het voorstel van de raad overneemt.


Initiatief op maat

Door iets schriftelijk voor te stellen dwingt de raad de bestuurder dus tot een gemotiveerd besluit over een onderwerp waar hij zich uit zichzelf (nog) niet mee bezig houdt. En het onderwerp kan van alles zijn. ‘Ja’, werpt men dan tegen, ‘maar de bestuurder kan heel eenvoudig besluiten om het voorstel niet over te nemen en we kunnen daartegen niet in beroep.’ Dat klopt, en het is dus zaak in je voorstellen goed aan te sluiten op de ideeën en prioriteiten van het management en de eigen investering af te stemmen op de verwachte opbrengst van het voorstel. Met het laatste bedoelen we dat je geen compleet klachtenreglement moet opstellen als de bestuurder niet eerst heeft laten weten dat hij graag tot zo’n regeling wil komen. De or verzet dan veel werk, terwijl het hoogst onzeker is of daar ook iets uit zal voortkomen.


Onderwerp


Zet het onderwerp eerst eens op de agenda van de overlegvergadering en peil de bereidheid van de bestuurder om er iets mee te doen. Is zijn belangstelling voor bijvoorbeeld een klachtenregeling gering, breng dan een aangepast initiatief uit. Kies bijvoorbeeld voor een voorstel waarin je de bestuurder vraagt om een prioriteitenlijst voor de ontwikkeling van het sociaal beleid en doe daar zelf wat suggesties bij, waaronder de klachtenregeling.


Verwijzing naar eerdere besluit
Zeker, van dat laatste voorstel is geen spectaculair resultaat te verwachten, maar wel een stap in de gewenste richting. Een half jaar later kan er een voorstel worden uitgebracht met daarin de elementen die volgens de raad in de toekomstige klachtenregeling moeten worden opgenomen. Verwijs daarin naar het eerdere besluit over het prioriteitenlijstje zodat de bestuurder het voorstel niet zonder meer van tafel kan schuiven. Neemt de bestuurder dit nieuwe voorstel al dan niet gewijzigd over, dan begint het langzamerhand tijd te worden voor een uitgeschreven regeling. Het duurt wat langer, maar het resultaat komt er op deze manier wel en op de eerste (overval)manier niet!

 



Stappenplan voor het doen van schriftelijke voorstellen

 

  1. Waar willen we werk van maken? Sommige ondernemingsraden reageren voortdurend op de actualiteit zoals die hun via de plannen van de bestuurder en de signalen uit de achterban bereikt. Ze hebben geen eigen speerpunten en kunnen om die reden dus ook niet met nieuwe voorstellen komen. Begin – bijvoorbeeld in een scholing – met het opstellen van een eigen verlanglijstje. Wat willen we verbeterd zien; waarvoor willen we ons inzetten?
  2. Wat weten we ervan? Verdiep je in de zaak. Raadpleeg literatuur, deskundigen en andere ondernemingsraden. Gebruik je recht op het inwinnen van informatie om te bepalen wat er ten aanzien van deze zaak in de onderneming speelt. Stel vragen aan de achterban om te weten hoe zij er tegenaan kijken. Tot slot, praat met de bestuurder over zijn visie op deze zaak.
  3. Wat willen we bereiken? Maak daarbij onderscheid naar het uiteindelijke doel op de lange termijn en de eerste stap die met het schriftelijk initiatief moet worden bereikt. Het oriënterend overleg met de bestuurder uit de vorige stap is richtinggevend voor die eerste stap. Hoe groter zijn belangstelling, des te verder kan de or in zijn voorstel gaan.
  4. Wat gaan we voorstellen? Hierbij is onderscheid te maken in een drietal niveaus van uitgebreidheid. Zie het kader op deze pagina’s ‘De inhoud van het initiatief’.
  5. Hoe stellen we het voor? Daarbij gaat het om de vormgeving van het schriftelijk initiatief. Zie daarvoor het kader ‘De vorm van het initiatief’.

 

Op deze manier zijn er ook met het schriftelijk initiatiefrecht mooie dingen te bereiken. En de ondernemingsraad kan aan de achterban laten zien dat de or echt werkt! Kortom: ondernemingsraad, stel eens wat vaker iets voor!

Door Theo van Leeuwen-OndernemingsRaad

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someonePrint this page

Over Auteur

Redactie ORnet

De redactie van ORnet zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van van innovatieve, inspirerende en vooral betrouwbare vakinformatie over OR gerelateerde onderwerpen.

Reageer