OR Maatwerk: achterban bij 1200 bedrijven

0

Hoe behartig je de belangen van een achterban die bestaat uit 2500 mensen die bij pakweg 1200 verschillende bedrijven en instellingen werken? Goed voorbeeld: De OR van Maatwerk, de gemeentelijke dienst van Amsterdam die WIW-werknemers detacheert naar
gesubsidieerde banen.
 
 

Maatwerk heeft twee ondernemingsraden. Eén voor de ambtenaren, zeg maar het interne personeel, en één voor de ruim 2500 WIW’ers, die via de Wet Inschakeling Werkzoekenden een tijdelijke, gesubsidieerde baan krijgen. Bedoeld voor mensen die langer dan een jaar werkeloos of jonger dan 23 jaar zijn. ‘Onze achterban is eigenlijk een hele rare, versnipperde en moeilijke groep mensen’, zegt OR-lid Peter van Lieshout. ‘Het is best lastig om ze bij Maatwerk te betrekken en om ze te laten inzien dat ze gemeenschappelijke belangen met elkaar delen. We proberen mensen met elkaar te verbinden door iedere twee maanden een blad te maken waarin we allerlei thema’s onder de aandacht brengen. Niet door op onze hurken te gaan zitten, maar wel in heldere, leesbare taal. Daarnaast organiseren we ieder najaar een grote OR-bijeenkomst waar iedereen kan komen meediscussiëren.’

‘Het eerste wat we doen op zo’n bijeenkomst is duidelijk maken dat wij ook gewoon WIW’ers zijn, net als zij’, vult voorzitter Berry Krimp aan, die een gesubsidieerde baan in een rechtswinkel heeft. ‘Vaak denken WIW’ers dat wij goedbetaalde ambtenaren zijn, maar wij zitten in dezelfde positie als zij. Ook wij verdienen gewoon een WIW-salaris. Het is belangrijk dat onze achterban dat beseft. Het maakt ons als OR geloofwaardiger.’

Tweederangs werknemers
Een andere manier om de achterban te bereiken, is om met de OR’en van grote, inlenende bedrijven om de tafel te gaan zitten en de positie van de WIW’ers onder de aandacht te brengen. Krimp: ‘Wij vinden dat de OR van het inlenende bedrijf moet letten op de veiligheid van alle werknemers. Veel WIW’ers worden als een soort tweederangs werknemers behandeld, ook als ze soms ergens jaren werken. Bij de gemeentelijke reiniging bijvoorbeeld kregen de reguliere werknemers op maat gemaakte oorbeschermers en de WIW’ers moesten het met watjes doen. Kijk, dat kan natuurlijk niet. Daar hebben wij verandering in gebracht.’

Een ander succes van de OR is dat de directie op hun initiatief een tevredenheidsonderzoek gaat starten onder alle WIW’ers. Centraal staat de vraag naar de ervaringen van alle WIW’ers met Maatwerk. ‘Maatwerk moet nog wel leren om datgene wat eruit komt ook anders te willen aanpakken’, lacht Krimp. ‘Want veranderingen verlopen hier heel taai en traag. We hebben het dan ook vaak over mondjesmaatwerk.’

Een aantal OR-leden gaat met enige regelmaat op werkbezoek bij de achterban. Zoals OR-lid Nabil Said, die sinds februari in de OR zit. ‘Het is belangrijk dat wij ons gezicht laten zien in de bedrijven en dat we met de mensen gaan praten. En écht luisteren, want er wordt door de bedrijven niet altijd naar WIW’ers geluisterd. Ik merk dat mensen dat prettig vinden. Anders krijgen ze het idee dat ze aan hun lot worden overgelaten.’
 

Toch stelt niet iedere WIW’er contact met de OR van Maatwerk op prijs. Krimp: ‘Onze mensen voelen zich vaak meer solidair met de inlener dan met Maatwerk. Dat maakt het OR-werk wel anders dan anders. Het gebeurt regelmatig dat een WIW’er door de inlener een stuk worst krijgt voorgehouden in de vorm van een vaste baan. Soms krijgt hij die ook, soms niet. Maar die hoop op een reguliere baan draagt er wel toe bij dat mensen niet teveel met ons geassocieerd willen worden.’

Een gelijkwaardige behandeling van WIW’ers is een groot thema voor de OR, net als de bestrijding van de armoedeval. Peter van Lieshout: ‘Mensen beseffen niet dat voor een behoorlijk grote groep WIW’ers werken eigenlijk een dure hobby is. WIW’ers verdienen het minimumloon en houden er netto vaak minder van over dan toen ze een uitkering hadden. Dit komt omdat allerlei inkomensafhankelijke regelingen wegvallen. Je kunt wel doorgroeien naar 120 procent van het minimumloon, maar dat duurt tien jaar. Vooral voor mensen met een gezin is dat moeilijk. Die zouden ten minste 140 procent van het minimumloon moeten verdienen om de armoedeval te ontstijgen.’ Nabil Said vindt die armoedeval erg onrechtvaardig: ‘Mensen werken hard en goed, maar krijgen minder dan mensen die niet werken. Dat is slecht. Werk moet lonen.’

Afhankelijk
Het probleem is echter dat de OR niets aan de wet kan veranderen. Maatwerk is afhankelijk van het gemeentelijk en landelijk politiek beleid. ‘Maar dat betekent niet dat we die armoedeval accepteren’, benadrukt Van Lieshout. ‘We proberen er steeds weer aandacht voor te vragen.’ Krimp: ‘Op de jaarlijkse bijeenkomsten komt die vraag vroeg of laat ook altijd voorbij: waarom verdienen we zo weinig en kunnen jullie er wat aan doen?

Nee dus, niet direct.’
Op de OR-bijeenkomst voor alle WIW’ers, die dit najaar weer gepland staat, verwacht Van Lieshout een grote opkomst en vooral veel vragen over de ingrijpende bezuiniging die het kabinet wil doorvoeren op de gesubsidieerde arbeid. Volgens velen het begin van het einde.

Staatssecretaris Rutte van de VVD stuurde begin september een brief naar alle Nederlandse gemeenten met het verzoek onmiddellijk te stoppen met het invullen van gesubsidieerde banen. Als de gemeenten niet vrijwillig meewerken, dreigen gedwongen ontslagen. Rutte wil het aantal banen met tien procent beperken en gemeenten een vast budget voor reïntegratie geven. Dit alles om een groot deel van de bezuiniging van 680 miljoen euro op gesubsidieerde arbeid te realiseren en doorstroom naar regulier werk te bevorderen. PvdA, Groenlinks en SP zijn fel tegen en ook verschillende gemeenten hebben protest aangetekend.

‘Het is een soort sterfhuisconstructie’, zegt Van Lieshout. ‘Doordat nieuwe vacatures niet meer mogen worden ingevuld. Dat is een ramp voor al die scholen, buurtcentra en kleine theaters en ook voor allerlei gemeentelijke en zorginstellingen. Want dit zijn de sectoren waar veel WIW’ers werken. Voor veel mensen betekent het terug naar de bijstand.’ De telefoon staat in de OR-kamer aan de Herengracht nog niet roodgloeiend, maar Van Lieshout verwacht wel dat de OR er zijn handen aan vol zal krijgen. ‘Deze maatregelen hakken er enorm in’, concludeert Van Lieshout.
Hij draait al heel wat jaren mee bij Maatwerk en kwam zelf tien jaar geleden als banenpooler bij het Amsterdams Centrum voor Buitenlanders terecht. In die tijd kregen banenpoolers een vaste aanstelling. Maar nu zijn werkgever moet reorganiseren, zijn het wel de mensen met een gesubsidieerde baan die er waarschijnlijk als eerste uit moeten.’In eerste instantie stimuleerde de politiek doorstroom helemaal niet. Maatwerk was een soort eindstation. Toen is het schip gedraaid en moest men ineens binnen twee jaar doorstromen en aan krankzinnige eisen voldoen. Ik vind het goed als doorstroom gestimuleerd wordt, maar vrijgekomen WIW-banen moeten gewoon weer opnieuw ingevuld worden.’ Krimp: ‘Er blijven namelijk altijd mensen die tijdelijk een steuntje in de rug nodig hebben.’

Drijfveren
De diversiteit onder de werknemers van Maatwerk is enorm groot. Dit is ook in de OR terug te vinden. Veertien mensen met totaal verschillende achtergronden, opleidingen, werkgevers en drijfveren.
Berry Krinp is nu twee jaar voorzitter van de OR. Haar beweegreden voor het OR-werk is vooral terug te voeren op haar behoefte aan contact met andere WIW’ers. ‘Ik werk namelijk in mijn eentje bij de rechtswinkel.’ Peter van Lieshout heeft de medezeggenschap in zijn genen zitten. ‘Ik ben de zoon van een vakbondslid en ben zelf al jaren actief bij de Abvakabo. Or-werk was voor mij een logische stap.’

Nabil Said, oorspronkelijk uit Egypte afkomstig, kwam in de OR terecht zonder echt te weten waar hij aan begon. ‘Na de OR-bijeenkomst vorig jaar heeft iemand mij aangeraden om in de OR te gaan. Ik wilde graag omgaan met Nederlanders en de taal beter leren.’
Ongeveer de helft van de OR is in februari vernieuwd. Om de twee jaar zijn er verkiezingen. Krimp: ‘Daarin verschillen wij van andere OR’en. Het verloop is groot, veel mensen werken een paar jaar bij Maatwerk en stromen dan door.’

Om de twee jaar dus van voren af aan beginnen? ‘Zo erg is dat niet’, zegt Van Lieshout. ‘Het heeft voor- en nadelen om na een relatief korte periode weer nieuwe mensen in te werken.’ Hij lacht. ‘De nieuwe mensen houden de oudjes scherp. Ik vind dat erg stimulerend. Het nadeel is natuurlijk dat je als OR nauwelijks de kans krijgt om echt ingewerkt te raken. Gelukkig tekenen er altijd weer mensen bij voor een volgende periode.’
‘Onze OR functioneert in een open sfeer’, zegt Krimp. ‘We hebben zeker geen hiërarchische structuur en stoppen veel energie in de nieuwe mensen. Daarnaast zijn we streng, maar rechtvaardig.’ Said roemt echter het geduld van zijn collega’s. ‘Ze leggen dingen net zo lang uit tot ik het begrijp. Vanaf het begin voel ik mij gelijk met hun. Ik word overal bij betrokken.’

Over hun eigen baan maken zij zich voorlopig nog maar geen zorgen. De gesubsidieerde arbeid wordt tenslotte niet in zijn totaliteit afgeschaft. Said heeft zijn sleutel voor de toekomst al lang gevonden: optimisme. ‘Ik weet wat ik wil en ik weet wat ik kan. Zolang ik dat laat zien, komt het vast goed.’ 

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someonePrint this page

Over Auteur

Redactie ORnet

De redactie van ORnet zorgt er gezamenlijk voor dat jij op de hoogte blijft van van innovatieve, inspirerende en vooral betrouwbare vakinformatie over OR gerelateerde onderwerpen.

Reageer