WOR Artikel 24, van ’moetje’ naar ‘must’!

WOR Artikel 24, van ’moetje’ naar ‘must’!

De algemene gang van zaken van de ondernemingu2026 wat moet je daar nu eigenlijk mee? Voor veel ondernemingsraden voelt het als een verplicht nummer, dat nou eenmaal in de wet staat.

WOR Artikel 24, van ’moetje’ naar ‘must’!

‘Natuurlijk, het is altijd nuttig als de bestuurder zijn visie geeft op de ontwikkelingen tot nu toe en een inkijkje biedt in de plannen voor komend jaar. Maar je moet wel uitkijken, want voor je het weet lult hij de hele vergadering vol en weet je eigenlijk nog niet goed wat de concrete plannen zijn. Wij noemen het ‘benen-op-tafel overleg’: een moment om eens even out of the box en zonder notulen met elkaar van gedachten te kunnen wisselen.’

Meer mogelijk

Zo luidt, gechargeerd samengevat, de opvatting van veel ondernemingsraden over de verplichting om tenminste twee keer per jaar die algemene gang te bespreken. Gelukkig beginnen steeds meer ondernemingsraden in te zien dat er veel meer mogelijk is met dit artikel 24 uit de WOR. Ambtelijk secretarissen kunnen helpen om die mogelijkheden er ook echt uit te halen.

Dat het hier een bijzonder overleg betreft, blijkt meteen al uit de aanwezigen: de toezichthouders in de onderneming worden geacht aanwezig te zijn bij dit overleg. Niet gek eigenlijk: raden van commissarissen – bij vennootschappen in bepaalde gevallen verplicht – hebben de wettelijke taak om (onder meer) toe te zien op de algemene gang van zaken in de onderneming. En voor een raad van toezicht, die meestal bij een stichting is ingesteld, is dat ook een voor de hand liggende taakstelling.

Voorbereiding nodig

Aanwezig zijn bij het halfjaarlijkse overleg tussen or en bestuurder is dus een heel goede gelegenheid om een kijk op de gang van zaken in de onderneming te krijgen die niet eenzijdig is gekleurd door de bestuurder. Natuurlijk vraagt dat wel om meer dan alleen een monoloog van de bestuurder over de successen en plannen van de onderneming. Het vraagt om een echt gesprek tussen or en bestuurder (en toezichthouders!), en dat moet gedegen worden voorbereid. Een ambtelijk secretaris kan hier veel nuttig werk bij verrichten.

Trots op het Rijnlands model

Je zou kunnen stellen dat de ondernemer op het artikel 24-overleg verantwoording aflegt aan de werknemers over het beleid. Het gevoerde, en nog te voeren beleid. Eigenlijk is dat te vergelijken met de raad van bestuur bij een naamloze vennootschap die verantwoording aflegt aan de aandeelhouders tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders. Het past in een opvatting waar we in Nederland trots op zijn, van ondernemingen als samenwerking tussen stakeholders – ook wel het Rijnlandse model genoemd.

Waarom zou je de verantwoording over het bestuur aan de werknemers niet net zo serieus nemen als de verantwoording aan andere stakeholders? Een opwaardering van het overleg over de algemene gang van zaken kan een krachtige impuls geven aan de positie van de or. Van een ‘verplicht nummer’ voor bestuurder en toezichthouders wordt het dan een ‘must’ voor alle partijen om hun beste beentje voor te zetten.

De ambtelijk secretaris kan helpen

Ook van de kant van bestuurder (en toezichthouders!) wordt er dus een serieuze voorbereiding verlangd. Gelukkig biedt de WOR hiervoor tal van aanknopingspunten. Zo staan in de WOR-artikelen 31a t/m f, die gaan over de informatie die de ondernemer verplicht is te geven aan de or, veel soorten informatie die de bestuurder ‘mede ten behoeve van het overleg over de algemene gang van zaken van de onderneming’ moet verstrekken. De or kan hierbij aangeven hoe hij het graag gehad zou willen hebben – bij uitstek iets waar de ambtelijk secretaris bij kan helpen.

Vergaderplanning

Er is nog een reden waarom het artikel-24 overleg bijzonder is. Or en ondernemer moeten tijdens dit overleg afspraken maken over de manier waarop de or betrokken wordt bij besluitvorming over advies- en instemmingspichtige onderwerpen. Meer in het algemeen zou je kunnen stellen, dat tijdens dit overleg afspraken gemaakt kunnen worden over de manier waarop de or betrokken wordt bij het beleid van de onderneming.

Je kunt steeds per onderwerp een overleg inplannen. Maar or en bestuurder kunnen met het artikel 24-overleg ook afspraken maken over de thema’s die de komende periode centraal staan in de onderneming. En over hoe de or en de werknemers daarbij betrokken worden.

  • Tip: Zien jouw collega or-leden het artikel 24-overleg ook als een ‘benen-op-tafel-moetje’? Breng dan eens de gang van zaken bij de overlegvergadering ter sprake. In artikel 23a lid 5 WOR staat dat je afspraken moet maken hierover. Maak dit uitdrukkelijk ook van toepassing op de vormgeving van de artikel-24-vergadering. En neem de ruimte om te bepalen: zo willen wij dat het overleg gevoerd wordt.

Op basis van deze algemene afspraken kan dan een vergaderplanning worden gemaakt, waarbij de verschillende thema’s aan de orde kunnen komen. Een goede vergaderplanning, gebaseerd op afspraken over de betrokkenheid van de or in de besluitvorming – wie zou dat niet graag zien? En dan natuurlijk wel met stukken die op tijd komen. Zodat een gedegen voorbereiding door alle betrokkenen mogelijk wordt. En met een verslag dat ook bij de niet aanwezige werknemers niets aan duidelijkheid te wensen laat. Dat is in een notendop wat het overleg over de algemene gang van zaken van de onderneming kan opleveren – en waarbij de ondersteuning van een ambtelijk secretaris onontbeerlijk is.

Lees ook:

Eerder verschenen