Herzien wetsvoorstel klokkenluiders aangenomen

Herzien wetsvoorstel klokkenluiders aangenomen

Iedereen die te maken heeft met een bedrijfsorganisatie kan een misstand melden. De bewijslast komt bij de organisatie te liggen. Meldingen kunnen door meerdere organisaties worden onderzocht. Dat zijn wat opvallende punten uit het opnieuw gewijzigde wetsvoorstel Wet Huis voor Klokkenluiders. De Eerste Kamer heeft op 24 januari ingestemd. Hierdoor moet de meldingsprocedure voor misstanden in veel ondernemingen worden herzien. De ondernemingsraad heeft hierop grote invloed, en heeft ook instemmingsrecht.

Herzien wetsvoorstel klokkenluiders aangenomen

De bescherming en ondersteuning van klokkenluiders moet beter, vond het parlement tijdens de behandeling van het vorige wetsvoorstel. Er moeten meer waarborgen komen die de anonimiteit van melders garanderen. Ook moeten klokkenluiders juridische, financiële en psychosociale ondersteuning krijgen. ‘Misstanden moeten worden aangepakt, niet de klokkenluider’, zei CDA-Kamerlid Inge van Dijk. In haar laatste vergaderweek van 2022 stemde de Tweede Kamer in met het opnieuw herziene wetsvoorstel. Het is ook aanvaard door de Eerste Kamer. Hierdoor zal bijna elke bedrijfsorganisatie de procedures rond meldingen moeten herzien.

Meldingsprocedure versterkt

In het aanvaarde wetsvoorstel is de meldingsprocedure versterkt. Iedereen die te maken heeft met een organisatie kan een misstand melden. Niet alleen (ex)werknemers, ook andere stakeholders, waaronder sollicitanten, vrijwilligers, zzp’ers en aandeelhouders. Zij genieten uitgebreide bescherming tegen allerlei represaillemaatregelen, waaronder ontslag, schorsing, overplaatsing en intimidatie. Ook mensen die de melder bijstaan vallen onder de uitgebreide bescherming. Waaronder vrijwilligers, vertrouwensadviseurs en vakbondsvertegenwoordigers.

Na een melding moet de melder binnen 7 dagen een ontvangstbevestiging krijgen. Uiterlijk 3 maanden na de melding moet de melder informatie krijgen over de behandeling van de melding, waaronder de beoordeling en opvolging van de melding.

Bewijslast omgedraaid

Bij de beoordeling van een melding moet het bedrijf aantonen dat de (vermeende) benadeling niets te maken heeft met de melding. De bewijslast wordt dus omgedraaid. Ook andere instanties dan het Huis voor Klokkenluiders (HvK) kunnen een melding onderzoeken. Bovendien komt er een fonds waaruit de juridische en psychosociale ondersteuning van klokkenluiders kan worden bekostigd. Dit fonds komt mogelijk, via een uitbreiding van het huidige wetsvoorstel pas in de loop van dit jaar.

De herziene Wet geldt -net als de huidige wet – voor de meeste werkgevers met 50 of meer werknemers. Die ondergrens wordt eerder bereikt omdat iedereen meetelt die ‘in een ondergeschiktheidsrelatie tegen een vergoeding arbeid verricht voor de bedrijfsorganisatie’. Waaronder stagiairs en vrijwilligers. Zelfstandigen vallen hier op het eerste gezicht buiten.

Cartoon: Klokkenluiders en integriteit
Arend van Dam

Vergaande bescherming gevraagd

De EU-richtlijn voor een betere bescherming van klokkenluiders stond aan de basis van deze wijziging van de Wet Huis voor Klokkenluiders uit 2016. De beschermingsmaatregelen van de EU-richtlijn gelden sinds 17 december 2020 wel al voor werknemers bij de overheid. Dat komt door het ‘dwingend karakter’ van EU-richtlijnen.

De EU-richtlijn uit 2019 kent een vergaande bescherming van melders van misstanden. Nederland moet deze richtlijn in een nieuwe wet omzetten. Dat gaat al enkele jaren zeer moeizaam. De Kamercommissie Binnenlandse Zaken noemde de vorige poging een ‘beschamend, minimalistisch flodderwerkje’.

Meldprocedure aanpassen

Nadat het aangepaste wetsvoorstel in werking is gegaan zal bijna elke bedrijfsorganisatie de interne meldprocedure moeten aanpassen voor melden van een misstand of een vermoeden daarvan. De or heeft hierbij instemmingsrecht, op grond van artikel 27 lid 1m van de WOR. Weigert de werkgever of bestuurder om een adequate meldprocedure in te stellen, dan kan de or, net als elke belanghebbende, dat afdwingen voor de rechter. De or kan ook zijn initiatiefrecht gebruiken (artikel 23, lid 3 WOR) om de bestuurder (ongevraagd) te adviseren over de meldprocedure. Zie ook het overzicht van alle wijzigingen op de infopagina van het Ministerie van BZK.

Lees ook:

Eerder verschenen