Er staan grote veranderingen op stapel wanneer in 2011 en 2012 de AOW-leeftijd naar 66 jaar gaat. Een or heeft instemmingsrecht als de pensioenregeling rechtstreeks door een verzekeringsmaatschappij wordt uitgevoerd. Zo'n or kan met creativiteit en doorzettingsvermogen aan bepaalde knoppen van de pensioenregeling draaien.
Het recente STAR-pensioenakkoord roept bij eerste lezing gevoelens van verwarring op: het is niet altijd even helder, maar wel ingrijpend. Zeker is in elk geval dat een AOW-leeftijd van 65 jaar en een zeker pensioen voorgoed voorbij zijn.
Over voorbehouden in pensioenregelingen hoefde de or zich jarenlang nauwelijks druk te maken. Maar tegenwoordig is het oppassen geblazen. Bijvoorbeeld voor een werkgever die financieel gezien in zwaar weer verkeert. Of die veranderingen in de AOW-leeftijd aangrijpt om te morrelen aan de pensioenregeling. Staat de or buitenspel of kan hij zich nog verweren?
Van de vijfhonderd ondernemingspensioenfondsen verkeren er een paar honderd financieel in zwaar weer. Ze moeten alle zeilen bijzetten om hun dekkingsgraad op peil te krijgen en te houden. Tientallen fondsen ontkomen er waarschijnlijk niet aan om impopulaire middelen te nemen. Alle hens aan dek dus. En dat geldt ook voor de mede-zeggenschap bij die fondsen.
De werknemer heeft via de werkgever de keuze uit verschillende spaarmogelijkheden. Wat kan hij het beste doen? En wie helpt hem erbij?
De Pensioenwet heeft, bij rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen, gezorgd voor nieuwe rechten voor ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging (pvt) of personeelsvergadering (pv) en voor vertegenwoordigers van gepensioneerden. Or en pv(t) moeten zelf op zoek naar helderheid om de nieuwe rechten optimaal te gebruiken.<BR><BR>
Als op de pensioendatum met het opgebouwde pensioenkapitaal pensioen moet worden aangekocht, duikt de grote onbekende op: de stand van de 'lange' rente.
De Pensioen- en Spaarfondsenwet is vervangen door de Pensioenwet. Het echt nieuwe van de Pensioenwet zit voor de or op drie punten.