Het nieuwe pensioenstelsel: welke stappen kan de or al zetten?

De Tweede Kamer rondt naar verwachting binnenkort de behandeling af van het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen. Dit wetsvoorstel regelt de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De Eerste Kamer moet het voorstel nog behandelen. Streefdatum voor invoering is 1 juli 2023.
Delen:

In dit artikel

Instemmingsrecht or
Keuzes voor werkgever en or

Het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen regelt de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is een wetsvoorstel, maar het geeft al wel veel richting aan de ondernemingsraad, bij de overgang naar een nieuw pensioenstelsel.

Een van de centrale vragen bij die overgang is: heeft de or instemmingsrecht (artikel 27 WOR) en zo ja, welke stappen kunnen (of moeten) op korte termijn worden gezet?

Rol van de or bij overgang naar het nieuwe pensioenstelsel

Na goedkeuring van het wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer begint de overgangsperiode naar het nieuwe pensioenstelsel. Alle pensioenregelingen moeten tussen 2023 en 2027 worden omgezet in een premieovereenkomst met een leeftijdsonafhankelijke, vlakke premie. Uiterlijk op 1 januari 2025 moet overeenstemming zijn bereikt over de nieuwe pensioenregeling en moet een transitieplan zijn afgerond. Het transitieplan bevat verplichte onderdelen, waaronder het type premieovereenkomst, wel of niet invaren en een compensatieregeling.

Invaren: het onder de huidige pensioenregels opgebouwde pensioen wordt overgedragen naar de nieuwe premieovereenkomst. Hierdoor zijn de regels van het nieuwe pensioenstelsel van toepassing op het nieuwe op te bouwen én op het al opgebouwde pensioen.

Instemmingsrecht or

Of jullie or instemmingsrecht heeft, hangt af van de vorm van jullie huidige pensioenregeling. We onderscheiden drie situaties.

1: Bpf-verplichting

Het gaat hier om een verplicht gestelde deelname voor een bepaalde branche aan een pensioenregeling bij een bedrijfstakpensioenfonds (bpf). De pensioenregeling wordt vastgesteld door de sociale partners. De or heeft geen instemmingsrecht.

Let op: er zijn een aantal uitzonderingen waarin de or wél instemmingsrecht heeft:

  • Bovenop het branchepensioen is een aanvullend pensioen geregeld. Bijvoorbeeld boven een bepaalde salarisgrens (excedent-pensioen).
  • Het branche-pensioen wordt niet uitgevoerd door het fonds maar door een verzekeraar (gedispenseerde pensioenregeling).

2: Cao-verplichting

In de cao kan een pensioenverplichting opgenomen zijn zonder verplichte deelname aan een Bpf. De or heeft dan geen instemmingrecht. Is jullie pensioenregeling ruimer dan in de cao is afgesproken, dan heeft de or over het meerdere wel instemmingsrecht. Dat is ook het geval als alleen de randvoorwaarden van de pensioenregeling zijn afgesproken, of als de cao niets zegt over de pensioenuitvoering.

Jullie werkgever kan pas verder met de invulling van de pensioenregeling als daarover duidelijkheid is in de cao. Heeft jullie or (beperkt) instemmingsrecht, dan kan hij wel voorbereidend werk verrichten binnen de kaders die de cao stelt. Bijvoorbeeld:

  • Vraag de bestuurder naar de nodige aanpassingen en keuzemogelijkheden. Dan kan je later sneller inspelen op de afspraken in de cao.
  • Vraag de bestuurder om met de pensioenuitvoerder te spreken over de keuze die deze gaat maken, zoals de keuze van het type premieovereenkomst.
  • Onderzoek de mogelijkheid om de huidige uitvoeringsovereenkomst (pro forma) op te zeggen en om in de eventuele nieuwe uitvoeringsovereenkomst te laten opnemen dat deze tussentijds mag worden beëindigd zonder financiële sancties.

3: Geen verplichting vanuit bpf en cao

In deze situatie is er geen pensioenverplichting vanuit een verplicht gesteld bpf of een cao. Jullie or heeft volledig instemmingsrecht op de vaststelling, wijziging of intrekking van de pensioenovereenkomst. Voor het instemmingsrecht op de pensioenuitvoering geldt dat jullie or instemmingsrecht heeft op de keuze van de pensioenuitvoerder, het premiebeleid en toeslagbeleid. Maar verder alleen als de bepaling van invloed is op de pensioenovereenkomst.

De werkgever moet (direct) aan de slag gaan met de nieuwe wetgeving. Het is verplicht om in samenwerking met de pensioenuitvoerder een transitieplan op te stellen. De pensioenuitvoerder levert een gestandaardiseerd voorstel. Dat vormt het startpunt voor de onderhandelingen met de or.

Keuzes voor werkgever en or

Kort samengevat moet de werkgever in situatie 3 op korte termijn drie belangrijke keuzes maken:

  • A: De overgangsregeling
  • B: De nieuwe pensioenregeling voor nieuwe werknemers
  • C: Het partnerpensioen nieuwe stijl

In situatie 2 moet de werkgever deze keuzes maken zodra de cao bekend is én de or instemmingsrecht heeft.

Ad A – Overgangsregeling

Naar verwachting gaat een overgangsregeling gelden voor de volgende op 31 december 2022 bestaande regelingen:

  • Beschikbare premieregelingen met een (leeftijdsafhankelijke) progressieve premiestaffel, ongeacht het type pensioenuitvoerder.
  • Uitkeringsovereenkomsten (eindloon- en middelloonregelingen) bij een verzekeraar.

Maakt het bedrijf gebruik van de overgangsregeling dan kunnen werknemers die in dienst zijn getreden vóór het transitiemoment (zie B), tot hun pensioendatum blijven deelnemen aan de (bestaande) pensioenregeling met een progressieve premie.

  • TIP: Heeft jullie werkgever momenteel een eind- of middelloonregeling, maar niet bij een verzekeraar, vraag de bestuurder dan te (laten) onderzoeken of het mogelijk is om uiterlijk op 31 december 2022 over te gaan naar een beschikbare premieregeling met een progressieve staffel. Dit kán interessant zijn.

Door gebruik te maken van de overgangsregeling wordt een transitie met daarbij behorende compensatieregeling voorkomen. Een compensatieregeling kan plaatsvinden zowel in de vorm van extra pensioen als door salaristoeslag. Alleen bij een compensatieregeling in de pensioensfeer moet deze ook gelden voor werknemers die na het transitiemoment in dienst treden.

  • TIP: Vraag de bestuurder om te laten doorrekenen wat de beste keuze is: het overgangsrecht gebruiken of een compensatieregeling treffen?

B – Nieuwe pensioenregeling voor nieuwe werknemers (vanaf het transitiemoment)

Uiterlijk per 1 januari 2027 moet het bedrijf voor nieuwe werknemers overgaan op een premie-overeenkomst op basis van een vlakke premie.

  • TIP: Vraag de bestuurder te laten berekenen wat een passend niveau van de vlakke premie zou kunnen zijn en wat het juiste transitiemoment is. De berekeningen gaan dan over de pensioenlasten en over de verwachte pensioenen.
  • Let op: bij gebruik van de overgangsregeling zijn er twee regelingen vanaf het transitiemoment. De kans bestaat dat jongere werknemers die deelnemen aan de bestaande pensioenregeling willen overstappen naar de nieuwe pensioenregeling. Bespreek met de bestuurder of deze overstap wel of niet zal worden aangeboden.

C – Partnerpensioen nieuwe stijl

Het partnerpensioen nieuwe stijl bedraagt maximaal 50% van het salaris. Door het niet langer uitgaan van de pensioengrondslag (salaris minus AOW-franchise) en een percentage per dienstjaar (bijv. 1,16%), is het maximale partnerpensioen nieuwe stijl veel hoger dan het huidige maximale partnerpensioen, met navenant hogere kosten.

  • Let op: ook als de overgangsregeling wordt gebruikt, geldt de aanpassing van het partnerpensioen zowel voor de nieuwe als voor de bestaande pensioenregeling.
  • TIP: Vraag de bestuurder om de kostenstijging van het partnerpensioen door te laten rekenen. De kostenstijging wordt beperkt bij een keuze voor een lager percentage van het salaris (bijv. 35% i.p.v. 50%). Zorg ervoor dat de werknemers (met veel dienstjaren) er niet op achteruitgaan ten opzichte van de huidige situatie.

Voorbeeldberekening op collectief niveau

Huidig Nieuw
Verzekerde partnerpensioen 1,16% per dienstjaar 50%
Van De pensioengrondslag Het salaris
Gemiddeld verzekerd partnerpensioen € 17.500,– € 25.500,–
Jaarpremie € 26.000,– € 40.000,–

Tot slot: hou grip

Na de instemming van de or zal het bedrijf meestal ook overeenstemming moeten bereiken met de werknemers. Daarbij zijn de gevolgen niet voor alle (groepen) werknemers hetzelfde.

Kortom: het gaat om een complex vraagstuk waarvoor de bestuurder een pensioenadviseur zal inschakelen. Schakel als or ook een eigen pensioenadviseur in (artikel 16 WOR). Zorg ervoor dat jullie adviseur de aannames voor een berekening en de berekeningsmethode vooraf controleert. Zo houdt de or grip.

Mr. C.M.C.P. (Corry) van Herpen-Thuring CPL en drs. G.H. (Gerrit Hendrik) Wansink zijn senior consultants bij Triple A – Pensioen Perspectief. Dit artikel is bijgewerkt op 22 februari 2022 door de auteurs en redactioneel bijgewerkt in december 2022.

Lees ook:

Inhoudsopgave

OR & pensioenen

Pensioen een lastig onderwerp? Niet meer nadat je deze eendaagse opleiding hebt gevolgd. Dat kan op 16 maart 2023. Niet alleen ken je dan de structuur van ons pensioenstelsel. Je bent ook goed voorbereid op het overleg over de aanpassing van de pensioenregelingen. Die volgt zeker binnenkort, als het Pensioenakkoord in wetgeving is opgenomen.

Bekijk het programma en schrijf snel in!

OR wetgeving & actualiteitendag 2023

Om jouw or-werk goed te kunnen doen, is het noodzakelijk om op de hoogte te zijn van recente wetswijzingen en ontwikkelingen. Daarvoor biedt het programma van de OR wetgeving & actualiteitendag de ideale mogelijkheid. In één dag is je kennis van deze belangrijke zaken weer helemaal up-to-date! Deze dag wordt gehouden op 23 maart 2023.

Meer informatie en het programma kan je hier bekijken!

Dit vind je misschien ook interessant