Sinds 1 januari 2025 zijn de voormalige bedrijfscommissies Markt I en Markt II samengevoegd tot één Bedrijfscommissie voor alle organisaties in het bedrijfsleven. De commissie is ingesteld door de SER en heeft haar grondslag in de Wet op de ondernemingsraden.
Haar belangrijkste taken zijn het geven van voorlichting over medezeggenschap en het bemiddelen bij geschillen tussen bijvoorbeeld ondernemingsraden en bestuurders. Partijen kunnen hiervoor een bemiddelingsverzoek indienen.
5 bemiddelingszittingen
Naast de 7 nieuwe verzoeken liep één zaak uit 2024 door. In 2025 vonden 5 bemiddelingszittingen plaats, één minder dan een jaar eerder. De commissie bracht in 5 zaken een advies of oordeel uit. Eén verzoek werd ingetrokken en 2 zaken liepen door naar 2026.
In het jaarverslag beschrijft de commissie onder meer een geschil over het niet instellen van een ondernemingsraad. Werknemers hadden om bemiddeling gevraagd nadat hun werkgever weigerde een OR in te stellen. Volgens de werkgever waren een bestaande personeelsvergadering, de kosten en een gebrek aan belangstelling onder werknemers redenen om geen OR op te richten.
De bedrijfscommissie achtte het in deze zaak zeer aannemelijk dat een rechter de werknemers gelijk zou geven. Volgens de commissie waren de verschillende bv’s zo sterk met elkaar verweven dat zij in de praktijk als één onderneming konden worden beschouwd. Bemiddeling moest een rechtszaak voorkomen.
Minder vragen aan vragenservice
Ook via de vragenservice ondersteunt de bedrijfscommissie ondernemingsraden, pvt’s, bestuurders en andere betrokkenen bij medezeggenschap.
In 2025 werden 342 vragen beantwoord, tegenover 357 in 2024. De meeste vragen gingen over OR-verkiezingen, het instellen van een OR of pvt en het OR-reglement. Ook adviesrecht en instemmingsrecht waren veelbesproken onderwerpen.
Een van de vragen ging over de invoering van verplicht kantoorwerken. De commissie wijst erop dat zo’n wijziging, afhankelijk van de gevolgen, onder het instemmingsrecht van Artikel 27 WOR kan vallen. Ook het gebruik van AI-tools en de vraag wanneer de invoering daarvan adviesplichtig is, kwamen in 2025 aan bod.
Registratie
Naast de voorlichtings- en bemiddelingstaak hebben de bedrijfscommissies ook een registratietaak. Het gaat hierbij om de verplichte registratie van ondernemingsovereenkomsten en schriftelijke besluiten tot het vrijwillig instellen van OR’s en het opheffen van vrijwillig ingestelde OR’s (Artikel 35c, lid 3 WOR in samenhang met Artikel 5a, lid 2 WOR).
Ondernemingsovereenkomsten
In Artikel 32, lid 2 WOR is vastgelegd dat de ondernemer en de OR bij schriftelijke overeenkomst meer bevoegdheden aan de OR (of pvt) kunnen toekennen. Ook kunnen zij nadere afspraken maken over de toepassing van de WOR binnen hun organisatie. Deze afspraken worden vastgelegd in een ondernemingsovereenkomst, ook wel convenant genoemd.
De verplichte registratie geeft de bedrijfscommissie inzicht in het gebruik van ondernemingsovereenkomsten. In 2025 zijn 5 ondernemingsovereenkomsten geregistreerd.
Registratie vrijwillig ingestelde OR’s
Ook wanneer er minder dan 50 personen werkzaam zijn in een organisatie, kan de ondernemer een OR instellen (Artikel 5a, lid 2 WOR).
Het registreren van een vrijwillig ingestelde OR is belangrijk, omdat de bepalingen uit de WOR pas na registratie van toepassing zijn. In 2025 zijn 2 vrijwillig ingestelde OR's geregistreerd, tegenover geen enkele in 2024.
Naast ondernemingsovereenkomsten en meldingen van vrijwillig ingestelde OR’s ontvangen de bedrijfscommissies ook andere documenten, zoals jaarverslagen, reglementen, instellingsbesluiten van commissies of veranderingen in de samenstelling van OR’s.
Tot 2013 was registratie van deze documenten bij de bedrijfscommissie verplicht, maar dat is nu niet meer het geval. In 2025 ontvingen de bedrijfscommissies nog 9 van dergelijke documenten.














