Het gaat in deze zaak om de principiële vraag hoe ver een werkgever mag gaan bij het terugroepen van personeel naar kantoor. Booking stelt dat 2 kantoordagen nodig zijn voor samenwerking, kennisoverdracht, opleiding van nieuwe medewerkers, sociale cohesie en het mentale welzijn van werknemers. Het bedrijf wijst erop dat sinds 2022 al een aanbeveling geldt om 40% van de werktijd op kantoor te zijn, maar dat die door een deel van het personeel niet wordt opgevolgd.
De ondernemingsraad ziet dat anders. Volgens de OR heeft een verplichting grote gevolgen voor medewerkers, onder meer vanwege reistijd, werk-privébalans, kosten en het gebrek aan voldoende goede werkplekken op kantoor. Ook wijst de OR erop dat veel medewerkers internationaal samenwerken en op kantoor alsnog vooral in Teams- of Zoomgesprekken zitten met collega's in India of de VS. Uit een enquête zou bovendien blijken dat 87% van de werknemers tevreden is met het huidige beleid en bijna driekwart tegen de verplichting is.
Drukbezochte zaak
De zaak wordt met argusogen gevolgd. In de zaal waren tientallen medewerkers en OR-leden van Booking aanwezig, die via een tolk de zaak konden volgen - op het Amsterdamse hoofdkantoor werken mensen uit zo'n 100 landen.
Maar ook buiten Booking is interesse voor deze zaak: de uitspraak kan gevolgen hebben voor andere bedrijven die hun medewerkers graag vaker op kantoor zien. Als de rechter Booking vervangende toestemming geeft om personeel te verplichten minimaal 2 dagen per week op kantoor te werken, maakt dat de weg vrij voor anderen om datzelfde te eisen van hun medewerkers. Voor OR's wordt het dan een stuk lastiger dat op juridische gronden tegen te houden.
Onderzoek tegenover gevoel
In de argumenten van de advocaten van beide partijen valt het verschil in benadering op. Stefan Sagel, de advocaat van Booking.com, gooit het op onderzoek en wetenschappelijke onderbouwing: "Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat te veel thuiswerken – laat staan alléén maar thuiswerken – ronduit slecht is voor de geestelijke gezondheid van werknemers", zegt hij in NRC.
Floor Staubach, een van de advocaten van de OR van Booking, speelt meer in op het gevoel. "Je haalt een stukje autonomie weg bij de medewerkers en dat zorgt juist voor stress." Haar collega Julien Blok vult in een stuk in de Volkskrant aan: "het huidige beleid voldoet prima".
"Overleggen, van elkaar leren, samen één cultuur vormen, dat gaat nu eenmaal beter als men daadwerkelijk samen is", weerlegt Sagel.
Rechter toont begrip
De rechter leek tijdens de zitting begrip te hebben voor de wens van Booking om medewerkers vaker op kantoor te zien. Volgens het FD noemde de rechter 2 dagen per week 'echt heel weinig'. Andere media, waaronder de Volkskrant, schrijven dat de kantonrechter vindt dat 40% aanwezig een redelijke eis is van een werkgever, en sorteert erop voor dat de vervangende toestemming verleend zal gaan worden. De uitspraak is eind oktober.
Voorzitter van de OR bij Booking, de brit Andy Warburton, mag van zijn werkgever niet met de pers praten. Booking zelf was niet bereikbaar voor commentaar.
Instemmingsrecht
Juridisch draait de zaak om het instemmingsrecht van de OR. Een thuiswerkbeleid kan raken aan arbeidsomstandigheden en daarmee aan Artikel 27 WOR. Eerder oordeelden rechters al dat werkgevers thuiswerkbeleid niet zomaar eenzijdig mogen wijzigen zonder instemming van de ondernemingsraad. Het verschil is dat Booking de wijziging wél eerst aan de OR heeft voorgelegd en nu, na de weigering, de rechter vraagt om vervangende toestemming.
De rechter gaf Booking en de OR nog een week om alsnog tot afspraken te komen. Lukt dat niet, dan volgt eind oktober een uitspraak.
















