Lang leve de Koningin!

Lang leve de Koningin!

In aanloop ernaartoe staan de kranten vol en laaien de discussies weer op over het bestaansrecht van de Koning der Nederlanden. Heeft Nederland nog wel een koning nodig? Wat kost het onze samenleving, wat levert het op? Regelmatig heeft een ondernemingsraad met soortgelijke vragen te maken.

Is een ondernemingsraad nog wel van deze tijd? Is een or per se nodig? Wat voegt een or aan een organisatie toe, wat kost het allemaal wel, gaat het niet af van productieve uren, en houden ze zich wel met de goede dingen bezig?

Het bestaansrecht van de ondernemingsraad

Gelukkig heeft de or haar bestaansrecht geborgd in de Wet op ondernemingsraden (wor). Daarin staat precies wanneer een organisatie een ondernemingsraad moet instellen en hoe haar opvolging is geregeld.

In onze grondwet staat beschreven dat Nederland een constitutionele monarchie is. Aan het hoofd van het land staat een monarch, koning of koningin, die zich heeft te houden aan de constitutie, oftewel de Grondwet. In de Grondwet is bepaald dat de Koning, of de Koningin, onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn.

Bescherming van de ondernemingsraadleden

Ook in de Wet op ondernemingsraden is de positie van de or-leden geborgd. Artikel 21 van de Wor biedt bescherming tegen benadeling in het algemeen. De ondernemer moet ervoor zorgen dat de in de onderneming werkzame personen die lid zijn van de ondernemingsraad, niet vanwege hun lidmaatschap worden benadeeld in hun positie in de onderneming.

Het artikel heeft als doel een onafhankelijk optreden van de or-leden te waarborgen. Om dezelfde reden worden or-leden in de verschillende rechtspositieregelingen beschermd tegen ontslag. Ontslag kan niet plaatsvinden vanwege (kort gezegd) het verrichten van or-werk.

Zichtbaarheid van de or

Desondanks is deze borging van de or in de wet niet genoeg. Je zult als ondernemingsraad moeten laten zien wat je rol en verantwoordelijkheid je draagt binnen de organisatie. Soms staat die haaks op de visie van een bestuurder en vindt een bestuurder de or overbodig of lastig. De or wordt te laat geïnformeerd, of krijgt niet de ruimte om zijn adviesrol in te vullen, en/of niet de ruimte om zijn achterban te raadplegen.

Het imago van de ondernemingsraad

Net als het koningshuis heeft een or ook soms te lijden onder zijn imago. Het imago van de or is daarbij ook belangrijk. Zodra er “foute” appjes of mails lekken, of misbruik is gemaakt van financiële middelen, ligt de or eruit. Het kost dan tijd voordat het imago weer hersteld is.

De stimulerende taak van de ondernemingsraad

De or is geen medebestuurder, hij mag niet op de stoel van de bestuurder zitten. Het is soms zoeken waar de or dan wel over gaat. Heeft de or met name een controlerende rol opdat de arbeidsvoorwaarden deugdelijk worden nageleefd en/of de arbeidsverhoudingen wel “gezond” zijn? Of dat de arbeidstijden niet worden overtreden, of dat er onvoldoende arbobeleid is binnen de organisatie? Vaak spreken we dan [?] van de stimulerende taak van de or, belegd in artikel 28 Wet op de ondernemingsraden.

Voor het uitoefenen van deze taken heeft de or een aantal bijzondere rechten gekregen. Deze rechten zijn onder andere het adviesrecht, het instemmingsrecht, het initiatiefrecht, het informatierecht en het recht van overleg. Maar uit het adviesrecht kun je nog een taak herleiden. Uit het adviesrecht blijkt namelijk dat je ook mag meedenken over tal van bedrijfseconomische en bedrijfsorganisatorische zaken.

Anders dan de koning, heeft de or dus meer bemoeienis met het reilen en zeilen van een organisatie. Hoe de or dat doet, is afhankelijk van het type organisatie, de bestuurder en de leden van ondernemingsraad.

Draagvlak

Draagvlak creëren is dan ook een belangrijk en vaak onderschat onderdeel van de werkzaamheden van de or. Willen de or-adviezen opvolging krijgen dan is draagvlak nodig. Evenals ons koningshuis vraagt dat dus sensitiviteit voor wat leeft en speelt. En zal je verantwoording moet kunnen afleggen over wat je doet en hoe je je tijd en middelen besteedt.

Verantwoording afleggen

Verantwoording afleggen doet een or vaak ook via het jaarverslag. Het schrijven van een jaarverslag is voor de or een terugkerende verplichte taak (artikel 14 lid 2h WOR). Met het jaarverslag legt de or verantwoording af aan zijn achterban, over zijn werkzaamheden als personeelsvertegenwoordiger.

De populariteit van de or

Kortom, de vraag die rijst is: welke lessen kan een or leren van ons koningshuis? Hoe laat je je toegevoegde waarde zien en hoe benut je je rol optimaal binnen een organisatie? Zonder dat je je onafhankelijke positie opgeeft, en de thema’s ophaalt en bespreekbaar maakt die er leven.

Tineke Visser is trainer, adviseur en procesbegeleider medezeggenschap en eigenaar TienOpleidingen.nl. Contact? Tineke.visser@Tienopleidingen.nl

Lees ook:

Tineke Visser

Tineke Visser

Tineke Visser is trainer, adviseur en procesbegeleider medezeggenschap en eigenaar van TienOpleidingen.nl.