Op de vraag 'Als OR dringen we er bij onze organisatie op aan om de vrije ruimte van de WKR maximaal te benutten' antwoord 50% met 'eens'. 33% doet dit niet, 18% zegt dit niet te weten. De peiling werd ingevuld door ruim 100 OR-leden die deelnamen aan een webinar over de WKR.
Opvallend genoeg zegt 62% van diezelfde groep dat ze wel een grof idee hebben van de behoeften die leven binnen de organisatie wat betreft de invulling van de vrije ruimte, maar niet op basis van onderzoek onder medewerkers. nog eens 33% geeft aan niet te weten waar die behoeft ligt.
Tijdens de webinar konden vragen worden gesteld. Hieronder een selectie van de meest relevante vragen én de antwoorden.
Er bestaat een verschil tussen activiteiten op de werkplek en activiteiten daarbuiten. Activiteiten op de werkplek zijn op nihil gewaardeerd, met uitzondering van maaltijden. Die vallen onder belast loon, forfaitair te waarderen. De volledige factuurwaarde voor activiteiten buiten de werkplek, inclusief btw, geldt als belast loon en komt volledig ten laste van de vrije ruimte.
Een koopfiets middels een fietsenplan valt in de WKR, een leasefietsregeling niet (net zoals een leaseauto niet in de WKR valt). Als een organisatie veel medewerkers heeft die gebruikmaken van een fietsenplan, en de werkgever kan hen bewegen over te stappen op een leasefiets, dan speel je als bedrijf veel vrije ruimte vrij.
Hoe vaker dat opstaptarief voor de eerste 400k kan worden gebruikt hoe beter natuurlijk. Het antwoord is in principe ja: elke inhoudingsplichtige kan dit afzonderlijk toepassen. Alleen als het bedrijf de concernregeling hanteert, waarbij een overkoepelende bv als inhoudingsplichtige geldt, kan dit niet.
Nee. Neem bijvoorbeeld een werkgever die met het hele personeel een jubileumreis wil maken, waarbij dus bekend is dat in jaar de vrije ruimte (fors) gaat worden overschreden. Die kan dit niet compenseren door overschot in de vrije ruimte mee te nemen uit voorgaande jaren of te salderen met toekomstige jaren. Als de vrije ruimte niet volledig wordt benut, dan ben je het voordeel voor het overgebleven deel kwijt. Dit is een tekortkoming van de WKR.
Ja. Je hebt als OR altijd recht op informatie die je nodig hebt om je rol uit te kunnen voeren. Dus als je informatie over de WKR nodig hebt, kun je die altijd opvragen. Dit informatierecht is geregeld in Artikel 31 WOR.
Nee, dat is de vrije ondernemerskeuze. Wel heb je met instemmingsrecht (op regelingen) en initiatiefrecht mogelijkheden om andere opties voor te leggen, maar de uiteindelijke keuze ligt bij de werkgever. De macht van de OR in dit verband is puur informeel.
Bij uitruilen lever je brutoloon in. Welke invloed dit heeft op vakantietoeslag en pensioengrondslag hangt van een aantal zaken af. Enerzijds: wat lever je in bij uitruilen? Regulier loon of vakantiegeld/vakantiedagen/overuren. Daarnaast is van belang hoe die grondslagen zijn gedefinieerd in bijvoorbeeld de pensioenregeling. In sommige regelingen is de pensioengrondslag gedefinieerd als het brutoloon (incl. vakantiegeld ), in andere regelingen is de pensioengrondslag gedefinieerd als het fiscale loon. Bij uitruil blijft het fiscale loon in de basis gelijk, maar het brutoloon kan dalen, wat dus gevolgen heeft voor de pensioengrondslag en -opbouw.
En voor vakantietoeslag geldt dat die iets lager zal zijn bij uitruilen van loon. Maar het voordeel die het uitruilen oplevert is meestal veel hoger dan dat verschil in vakantietoeslag.


















